Kreupelheidsonderzoek: Paard kreupel? Kreupelheid onderzoek: paarden inspec

Wanneer uw paard kreupel is en dit na een periode van rust niet over gaat, is het verstandig om een dierenarts in te schakelen voor een kreupelheidsonderzoek. Omdat een paard ons niet kan vertellen waar het pijn heeft, wordt er via het kreupelheidsonderzoek op een standaard-manier toegewerkt naar een diagnose en aan de hand daarvan wordt de geschikte therapie ingesteld.

Anamnese
Het begint altijd met een anamnese, oftewel de voorgeschiedenis van het paard. Hiermee wordt het moment waarop de kreupelheid ontstaan is, de duur van kreupelheid, of het paard al eerder kreupel is geweest e.d. bedoeld. Daarom is het belangrijk dat iemand het paard begeleidt, die hiervan goed op de hoogte is.

Inspectie en palpatie
Hierna volgt inspectie en palpatie. Er wordt gekeken naar de algemene conditie van het paard of pony, de stand en bouw van het beenwerk, de stand en kwaliteit van de hoeven. Daarna wordt er gevoeld naar eventuele zwellingen, warmteverschil, pijnlijkheden, etc. Bij de hoef wordt er gebruik gemaakt van een hamertje en een visiteertang. Tevens wordt de gevoeligheid en bewegelijkheid van de hals en de rug gecontroleerd.

Locomotie
Hierna volgt het locomotie (bewegings) onderzoek. Het paard wordt op harde ondergrond eerst in een rechte lijn gestapt en gedraafd. Vervolgens vindt er een buigproef (van de 4 benen) plaats waarbij het been 60 seconden worden gebogen waarna het paard weg moet draven. In de eerste passen mag wat onregelmatigheid te zien zijn, maar daarna moet dit verdwenen zijn. Er wordt goed gelet of links en rechts vergelijkbaar zijn. Ook zal het paard op de harde en zachte volte gelongeerd worden. Bij een acute zeer erge kreupelheid wordt het locomotieonderzoek uiteraard sterk beperkt of achterwege gelaten.

Geleidingsanesthesie

Wanneer er geen overduidelijk oorzaak voor de kreupelheid volgt uit bovenstaand onderzoek, wordt het paard verder onderzocht met behulp van geleidingsanesthesie. Hierbij wordt er steeds een gedeelte van het paardenbeen verdooft om te zien wanneer de pijnprikkel en daarmee de kreupelheid verdwijnt. Je werkt van beneden naar boven. Door telkens een volgende (gedeelte van) zenuw te verdoven kom je uiteindelijk bij de zenuw die de pijn ‘verstuurd’. Men weet welke zenuw welk gedeelte van het paardenbeen van gevoel (en dus ook van pijn) voorziet. Als je deze zenuw uitschakelt door middel van een verdoving en het paard na +/- 10 minuten goed loopt wil dat dus zeggen dat samen met het gevoel ook de pijn is verdwenen. Hieruit kun je concluderen dat de oorzaak van de kreupelheid in het op dat moment verdoofde gebied zit. Hiermee weet men dus de locatie van de kreupelheid. Indien de locatie bekend is, kan er verder gezocht worden met verdovingen rechtstreeks in het gewricht of peesschede e.d. Dit kan uiteraard pas de volgende dag als de geleidingsanesthesie uitgewerkt is. Uit hygienische overwegingenworden deze verdovingen uitgevoerd in de kliniek (of uitzonderlijk onder kliniekomstandigheden aan huis) . Als men een meer aanwijsbaar idee heeft van de oorzaak van de kreupelheid, kan men er voor kiezen de geleidingsanesthesie over te slaan en dit gebied (bijvoorbeeld een gewricht) rechtstreeks uit te verdoven. Verbetert het paard, dan is je vermoeden bevestigd.

Medische beeldvorming

Als de locatie van de kreupelheid bekend is, gaan we verder opzoek naar afwijkingen in dit gedeelte om de oorzaak en aan de hand daarvan de oplossing voor het probleem te vinden. We maken hierbij gebruik van beeldvormende technieken.

Röntgenologisch onderzoek
Met behulp van röntgenfoto’s kun je de beenderige oftewel de botstructuren bekijken. Bij een kreupelheid kunnen er röntgenfoto’s gemaakt worden om de oorzaak te vinden. Mogelijke aandoeningen die we kunnen vinden zijn, hoefkatrolontsteking (slecht straalbeen) artrose van een gewricht, losse botfragmenten, hoornzuil, botvliesontsteking, fracturen, fissuren, etc.

Echografisch onderzoek
Met echografisch onderzoek kunnen we de weke delen bekijken. We hebben het dan over pezen, gewrichtsbanden, ligamenten en zelfs de gewrichten, etc. Meer informatie over echografie kunt U vinden onder het kopje Echografie op de site.

Nader onderzoek
Indien er uit deze onderzoeken niks volgt, kunnen we u doorverwijzen voor nader onderzoek. We spreken dan over MRI, CT en scintigrafie.

Therapie
Als de diagnose gesteld is, wordt in overleg met de eigenaar de best passende therapie ingesteld voor het probleem.